Cx labels en remote ID

Met ingang van 1 januari 2024 veranderen een aantal zaken voor onbemande luchtvaartuigen (drones) als gevolg van Europese wet- en regelgeving voor het gebruik van drones. Deze mail is bedoeld om u hierover te informeren. Dat hadden we graag eerder gedaan, maar vanwege de tijd die nodig was voor afstemming over identificatie op afstand (remote ID) is dat niet mogelijk gebleken.

 

We informeren u over de volgende onderwerpen:

  1. Nieuw Cx-keurmerk,
  2. Standaardscenario’s, en
  3. Identificatie op afstand (remote ID) van onbemande luchtvaartuigen.

Nieuw Cx-keurmerk voor drones

Vanaf 1 januari moet de fabrikant of importeur een Cx-keurmerk aanbrengen op een drone. Het label kan variëren van C0 tot en met C6. Dit kan alleen als de drone voldoet aan bijbehorende eisen van het betreffende label. Momenteel zijn er 7 varianten, namelijk varianten C0 tot en met C6. De labels C0 tot en met C4 zijn bedoeld voor de open categorie. De labels C5 en C6 zijn bedoeld voor de categorie specifiek. Zie ook Nieuw Cx-keurmerk voor drones.

 

Open categorie

Met de volgende Cx-labels kunt u in de volgende open subcategorieën vliegen:

  • Labels C0 en C1: in subcategorie A1,
  • Label C2: in subcategorie A2,
  • Labels C3 en C4: in subcategorie A3.

 

Vanaf 1 januari 2024 mag u niet meer vliegen in de open subcategorie A2 met een drone zonder een Cx-keurmerk. Heeft, of koopt, u een drone die voor 1 januari 2024 op de markt is gebracht en die niet is voorzien van een Cx-keurmerk, dan kunt u met deze drone alleen nog in subcategorie A1 vliegen, mits de drone lichter is dan 250 gram, of in de subcategorie A3 als de drone zwaarder is dan 250 gram, maar niet zwaarder dan 25 kg.

 

Let op, het begrip ‘op de markt brengen’ is niet gelijk aan de aankoopdatum van uw drone. Ook drones die in 2024 verkocht worden, kunnen al vóór 1 januari 2024 op de markt zijn gebracht. Eigenlijk zijn alle drones die op dit moment in een winkel- of in een opslag liggen, vanuit juridisch oogpunt, al op de markt gebracht en kunnen ze dus nog verkocht en gebruikt worden zonder dat er een Cx-keurmerk op staat. Dit geldt niet voor de drones die worden gebruikt in subcategorie A2. U mag vanaf 1 januari 2024 niet meer met deze drones in deze subcategorie vliegen als ze niet voorzien zijn van een Cx-keurmerk. 

 

Categorie specifiek

Binnen de categorie specifiek is het Cx-keurmerk alleen verplicht als u gebruikmaakt van de volgende door EASA gepubliceerde standaardscenario’s: 

  • Label C5: voor standaard scenario STS-01,
  • Label C6: voor standaard scenario STS-02.

 

Valt uw drone of uw vlucht in de categorie specifiek en maakt u geen gebruik van een standaardscenario dan gelden de technische eisen aan de drone uit het risicoprofiel dat de voorgenomen operatie met zich meebrengt. Zie ook Exploitatievergunning onbemand luchtvaart.  

 

  1. Standaardscenario’s

 

Verklaring standaardscenario (STS)

Als uw vlucht in de categorie specifiek valt, kunt u gebruikmaken van een EASA standaardscenario (STS). Hiervoor moet u een verklaring invullen en opsturen naar de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Deze mogelijkheid gaat in per 1 januari 2024.

 

Eisen aan vliegen onder een standaardscenario

Voordat u verklaring bij de ILT kunt indienen, moet u zich als exploitant registreren bij de RDW. U heeft het registratienummer nodig voor de verklaring. Als huidige vergunninghouder hebt u dit nummer al.

 

Alle mogelijke standaardscenario’s kennen de volgende algemene beperkingen en voorschriften:

  • Het betreft een vlucht met een drone met een:
    • maximale afmeting tot 3 meter in het zicht van de piloot (VLOS) boven een gecontroleerde grondoppervlakte en niet boven bijeenkomsten van mensen of;
    • maximale afmeting tot 1 meter in het zicht van de piloot (VLOS) en niet boven bijeenkomsten van mensen of;
    • maximale afmeting tot 1 meter buiten het zicht van de piloot (BVLOS) boven dunbevolkte gebieden of;
    • maximale afmeting tot 3 meter buiten het zicht van de piloot (BVLOS) boven een gecontroleerde grondoppervlakte;
  • De vlucht wordt uitgevoerd op minder dan 120 meter boven het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak.
  • De vlucht wordt uitgevoerd in:
    • ongecontroleerd luchtruim (klasse F of G) of;
    • in een gecontroleerd luchtruim waarbij de voor het gebied geldende procedures worden gevolgd.
  • U moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in Bijlage 1 van Uitvoeringsverordening 2019/947 ‘standard scenarios supporting a declaration’. Om deze in te zien kunt u onder andere de Easy Access Rules voor drones van EASA gebruiken. Deze kunt u hier downloaden.

 

Bent u in het bezit van een Light Unmanned aircraft operator Certificate (LUC), dan hoeft u voor het gebruik van een standaardscenario geen verklaring in te dienen.

 

Invullen verklaring standaardscenario

Vanaf 1 januari 2024 kunt u gebruik maken van 2 standaardscenario’s:

•                 STS-01: VLOS boven een gecontroleerde grondoppervlakte in een bevolkte omgeving. Let op: Alleen mogelijk met een drone met een C5 label.

•                 STS-02: BVLOS met luchtruimwaarnemers boven een gecontroleerde grondoppervlakte in een dunbevolkte omgeving. Let op: Alleen mogelijk met een drone met een C6 label.

 

Zie ook Verklaring standaardscenario (STS).

 

Identificatie op afstand (Remote ID)

 

Vanaf 1 januari 2024 moeten alle drones met het Europese keurmerk C1, C2 of C3 beschikken over Remote ID. Dit systeem maakt het mogelijk dat drones op afstand elektronisch te herkennen zijn. Zie ook Identificatie op afstand (Remote ID).

 

Tijdelijke en voorwaardelijke vrijstelling van toepassing

In principe moet vanaf 1 januari 2024 ook elke afzonderlijke drone in de categorie specifiek beschikken over een Remote ID. Dit staat in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947. Voor de categorie specifiek is echter in Nederland een tijdelijke (6 maanden) en voorwaardelijke vrijstelling van toepassing. De informatie over deze vrijstelling is nog niet verwerkt op de website van de Rijksoverheid.

 

De beschikking is toegevoegd aan de mail. Hieronder vindt u toelichting op deze beschikking.

 

Twijfels over uitvoering

Deze vrijstelling is gericht op de veilige implementatie van Europese voorschriften met betrekking tot de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (UAS) in de categorie specifiek. De ILT verleent deze vrijstelling, omdat uit onderzoek van de ILT, uitgevoerd in samenwerking met het Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken (DGLM, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), blijkt dat er twijfels zijn of de technische middelen voor Remote ID voldoende voorradig zijn voor invoering per 1 januari 2024. Ook is onzeker of de techniek correct werkt en of deze techniek eenvoudig is te implementeren. De implementatie vereist ervaring van gebruikers en mogelijk aanpassingen in eigen procedures.

 

Geen effect op milieubescherming en de naleving

Remote ID heeft als doel overtredingen gemakkelijker op te sporen en het vertrouwen in het verantwoord gebruik van drones te vergroten. De afwezigheid van Remote ID heeft echter geen effect op milieubescherming en de naleving van essentiële eisen, inclusief de veilige vluchtuitvoering. Ook is de benodigde apparatuur voor de handhavers (ILT) nog niet beschikbaar. Het proces voor de koppeling van gegevens uit het operatorregister is nog niet ingericht.

 

Wanneer geldt deze vrijstelling?

De vrijstelling is van toepassing als:

  • Het luchtvaartuig nog niet is voorzien van Remote ID;
  • De goede werking van de drone als gevolg van het systeem voor identificatie op afstand niet is gegarandeerd. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor systemen die bevestigd worden op of aan het onbemande luchtvaartuig (add-on kits) waardoor mogelijk de drone te zwaar wordt, of de sensoren van de drone worden afgedekt. De vrijstelling geldt ook als de exploitant door gebrek aan informatie niet zeker is van een goede werking van de drone door de Remote ID;
  • De Remote ID nog niet functioneert volgens de voorschriften. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het niet altijd mogelijk is om de code in het systeem in te voeren op de voorgeschreven wijze.

 

Wanneer geldt de vrijstelling niet?

Deze vrijstelling is niet van toepassing:

  • Als de drone is uitgerust met een ingebouwd Remote ID dat goed werkt. Dan is de vrijstelling niet nodig;
  • Op exploitanten van drones in de open categorie. Hoewel drones ook in de open categorie moeten zijn voorzien van Remote ID bestaat een uitzondering voor drones die voor 1 januari 2024 op de markt zijn gebracht. Deze datum is niet gelijk aan de aankoopdatum. Net als bij het Cx-keurmerk geldt dat de huidige winkelvoorraad drones zonder Remote ID ook na 1 januari 2024 in veel gevallen nog verkocht en gebruikt mag worden. Zie ook Regelhulp Drones.

 

De ILT doet momenteel aanvullend onderzoek naar de veilige implementatie van de Remote ID verplichting.  Wij roepen operators daarom op om ervaringen en voorvallen met het ‘systeem voor identificatie op afstand’ te delen. Voorvallen moet u melden aan de ILT.

Vorige insightSync je DJI flight logs in DroneDeck
Volgende insightUitgebreide risicoanalyse